Canon (37): Schaken en wetenschap

Is schaken sport, kunst of wetenschap? Op die klassieke vraag wordt wetenschap het minst als antwoord gegeven. In Nederland hebben schakers via hun sport wel een paar belangrijke bijdragen aan de wetenschap geleverd.

Adriaan de Groot (1914-2006) was een Nederlandse topschaker. Hij eindigde twee keer hoog op het Nederlands kampioenschap en vertegenwoordigde Nederland op de Olympiades van 1937 en 1939.

Aanvankelijk studeerde hij wiskunde, maar hij studeerde af in de psychologie. In 1946 promoveerde hij op het proefschrift ‘Het denken van den schaker’. De Groot legde zowel sterke als zwakke schakers stellingen voor en liet ze hardop nadenken.

Lees meer >

Canon (36): Paul van der Sterren

Welke Nederlander kwam na Euwe en Timman het verst in de strijd om het wereldkampioenschap ‘oude stijl’? Niet Sosonko of Van der Wiel, maar een bescheiden Limburger.

Paul van der Sterren werd geboren op 17 maart 1956 in Venlo. Al in zijn jeugd werd hij vier keer op rij (1971-74) kampioen van Limburg bij de volwassenen.

Eind 1974 werd hij derde op het Europees jeugdkampioenschap in Groningen. Hij ging rechten studeren in Amsterdam en haalde zijn kandidaatsexamen. In 1978 stelde hij een tentamen uit omdat hij was uitgenodigd voor de hoofdgroep van het Hoogovenstoernooi.

Lees meer >

Canon (35): De bureaus van Ineke Bakker

Een jonge journaliste werd assistente van Berry Withuis. Ze kon niet schaken. Twintig jaar later was ze secretaris-generaal van de wereldschaakbond.

Ineke Bakker werkte in de journalistiek en kende Berry Withuis, die voor dagblad De Waarheid schreef. Withuis haalde haar over om eens mee te werken in de persdienst, voor het eerst bij het zonetoernooi Wageningen 1957.

Bakker vond het schaakwereldje leuk en van het één kwam het ander. Bij een V&D-simultaan in Nijmegen (ook georganiseerd door Withuis) ontmoette ze KNSB-bestuurslid Henk Wille. Dat leidde ertoe dat ze in 1964 aantrad als notuliste van de bondsraad.

Lees meer >

Canon (34): Europese jeugdtop in Groningen

Het bestuur van de NOSBO wilde in 1963 de noordelijke schaakjeugd in contact brengen met Nederlandse en buitenlandse leeftijdsgenoten, om los te komen van de kleine kring. Dat lukte, de tienkamp die met dit doel werd georganiseerd groeide uit tot het belangrijkste jeugdtoernooi van Europa.

Voor het eerste internationale jeugdtoernooi in Groningen werden de kampioenen van Nederland, België, Luxemburg, Engeland en West-Duitsland uitgenodigd, aangevuld met vijf noordelijke spelers. Nederlands jeugdkampioen Coen Zuidema won het toernooi. Sponsor was het bedrijf Theodorus Niemeijer, dat bovendien zowel spelers als toeschouwers (!) voorzag van zijn eigen producten: gratis koffie en sigaretten.

Lees meer >

Canon (33): Zhaoqin Peng

Tien keer was Fenny Heemskerk kampioen van Nederland bij de vrouwen. Zou dat record ooit worden verbroken? Lange tijd hield niemand dat voor mogelijk, totdat een kleine Chinese een waar schrikbewind begon te voeren onder de Nederlandse vrouwen.

Zhaoqin Peng werd geboren op 8 mei 1968 in Canton, nabij Hongkong. Ze leerde schaken op haar twaalfde en werd twee jaar later al derde bij het Chinese vrouwenkampioenschap.

Ze ging naar een sportinternaat en werd dus als kind al fulltime schaakster. Drie keer werd ze kampioen van China en op de Olympiade van 1988 haalde ze een gouden medaille op het derde bord.

Lees meer >

Canon (32): Schaakjournalistiek

Schakers zijn hun eigen journalisten. Veel meer dan bij andere sporten is het voor zwakke spelers moeilijk te doorgronden wat er op topniveau gebeurt. Bij alle sporten worden toppers na hun carrière gevraagd om commentator of verslaggever te worden. Bij schaken gebeurt dat al tijdens hun actieve periode.

Decennialang was W.A.T. Schelfhout schaakmedewerker van de Telegraaf. Hij was een nationale topschaker en nam tussen 1919 en 1936 vier keer deel aan het Nederlands kampioenschap. In 1929 nam Evert Straat deel aan het NK, hij ging later schrijven voor de Volkskrant.

Lees meer >

Canon (31): Nederlandse kampioenschappen

De Nederlandse Schaakbond werd in 1873 opgericht met als doel jaarlijks een wedstrijd te organiseren. Zie het venster over de broers Van Foreest. Later werden die wedstrijden ‘officieuze Nederlandse kampioenschappen’ genoemd. In 1909 werd voor het eerst een officieel NK gespeeld. Vreemd genoeg vonden ze vanaf dat moment slechts om de twee of drie jaar plaats, soms zat er nog meer tijd tussen.

Na enkele incidentele kampioenen begon in 1921 het tijdperk-Euwe. Hij was twintig jaar toen hij voor het eerst kampioen werd, een record dat pas in 2009 werd gebroken door de vijftienjarige Anish Giri.

Lees meer >

Canon (30): Genna Sosonko

Tussen de bekende namen bij de Nederlandse snelschaak- en rapidtoernooien verscheen in 1972 opeens die van een immigrant. Niemand had ooit van hem gehoord, maar de nieuweling won de toernooitjes allemaal. Zes jaar later was Genna Sosonko een wereldtopper.

Genna Sosonko werd geboren op 18 mei 1943 in Siberië. Hij studeerde economische geografie in Leningrad.

Eenmaal nam hij deel aan het Russische kampioenschap, toen dat in 1967 eenmalig een open toernooi met 126 deelnemers was. Sosonko behaalde met een 27e plaats een goed resultaat. Na dat toernooi vroeg Michael Tal hem als secondant en een paar jaar later Viktor Kortchnoi.

Lees meer >

Eerste reacties grootmeester Van Kampen

Direct nadat Robin van Kampen zijn laatste partij in Dortmund remise speelde en daarmee de jongste Nederlandse grootmeester werd, had ik telefonisch contact met hem voor een artikel in de Gooi- en Eemlander. Voor Schaaksite vroeg ik ook nog wat schaaktechnische details.

Was het een spannend toernooi, of dacht je na 3,5 uit 4 dat het wel goed zat?

RvK: “Nee, ik voelde niet veel druk. In de eerste vier ronden stond ik twee keer heel slecht of zelfs verloren.

Lees meer >

Canon (29): Groningen 1946

De Tweede Wereldoorlog was voorbij, de wereld likte zijn wonden. De schaakwereld verloor bijna een jaar later zijn kampioen Aljechin, maar dat kun je niet het ergste noemen. Internationale verhoudingen waren onduidelijk. In die tijd van grote onzekerheid bracht Groningen de wereldtop weer bij elkaar.

Het AVRO-toernooi in 1938 had acht kandidaten voor de wereldtitel bijeen gebracht. Daarbij één Sovjet-burger: Botwinnik. Later vluchtte Flohr naar de Sovjet-Unie, werd het Estland van Keres bij de unie gevoegd en werd duidelijk dat met Smyslov, Bronstein, Boleslavski en Kotov zo veel nieuwe reuzen opstonden, dat bijna de hele wereldtop uit Sovjets bestond.

Lees meer >