Opleiding en Training

Begrijp wat u doet: De Drakenvariant van het Siciliaans

Hieronder treft u de volgende aflevering van de rubriek “Begrijp wat u doet”. In deze serie worden, speciaal voor clubschakers, achtergronden belicht van de ‘grote openingen’ zoals het Spaans, het Siciliaans, het Damegambiet, het Konings-Indisch enzovoort. De artikelen verschenen eerder in Schaakmagazine het blad van de KNSB, de Nederlandse schaakbond.

 

Een prachtige openingsvariant is de Drakenvariant van Siciliaans. Die stond al een tijdje op het verlanglijstje om aan een nader onderzoek onderworpen te worden. Zwart posteert met 5…g6 zijn koningsloper op de lange diagonaal waarmee hij later hoopt deze Drakenloper tot een monster te transformeren. Het gaat er in deze openingsvariant vaak om een aanval op de vleugel te ontketenen waar de tegenstander heeft gerokeerd. We zien dat wit veelal met 0-0-0 de koning op de damevleugel opbergt, zwart bijna altijd met 0-0 op de koningsvleugel. U zult begrijpen dat het dan aankomt op een stormloop aan weerszijden van het bord die meestal ontaardt in regelrechte vuistgevechten…

Grootmeester Genna Sosonko, voorheen één van de grote Draakspecialisten (foto Jos Sutmuller)

Eigenlijk maken we hiermee een begin met het ‘variantenmonster’ dat de Drakenvariant geworden is vanwege het soms geforceerde karakter van de voortzettingen. Daarom zullen zowel de wit- als de zwartspeler goed beslagen ten ijs moeten komen. Het was in de jaren ’80 al zo dat sommige stellingen zonder theoretische achtergrond nauwelijks te behandelen waren. Dat is anno 2020 alleen nog maar erger geworden nu veel spelers zich prepareren met database en engines. Niettemin zijn er gelukkig ook nog voldoende waaghalzen die durven te vertrouwen op hun creatieve vermogens. We onderscheiden twee redelijk onafhankelijke hoofdtakken:

Hoofdtak 1 – Joegoslavische variant
Hoofdtak 2 – De lange rokade variant

Lees meer >

Masterclass ‘Strategie’ IM Manuel Bosboom in Apeldoorn

IM Manuel Bosboom. (foto Karel van Delft)

IM Manuel Bosboom geeft de masterclass van Schaakacademie Apeldoorn op zondag 15 december. Manuel Bosboom spreekt over strategie en zal daar zijn geheel eigen draai aan geven. Sinds decennia geldt Manuel als een van de meest creatieve Nederlandse topspelers.

Schaakacademie Apeldoorn organiseert dit seizoen weer twee series van vier Masterclasses.
De masterclasses zijn zondag na een KNSB-ronde in Denksportcentrum Apeldoorn (13.00 – 16.30 uur).
IM Merijn van Delft stelt het programma samen. Karel van Delft regelt praktische zaken.
Trainingen zijn voor spelers met Elo vanaf 1900. Deelname aan een enkele masterclass kost 40 euro.
Site: www.schaakacademieapeldoorn.nl/masterclasses
Contact: karel@kvdc.nl

Compacte impressies van de masterclasses met korte video verschijnen in de nieuwsbrieven van Schaakacademie Apeldoorn: www.schaakacademieapeldoorn.nl/nieuwsbrieven

Lees meer >

Begrijp wat u doet: Het Russisch

 

Hieronder treft u de volgende aflevering van de rubriek “Begrijp wat u doet”. In deze serie worden, speciaal voor clubschakers, achtergronden belicht van de ‘grote openingen’ zoals het Spaans, het Siciliaans, het Damegambiet, het Konings-Indisch enzovoort. De artikelen verschenen eerder in Schaakmagazine het blad van de KNSB, de Nederlandse schaakbond.

Soms kom ik bij een presentatie die ik geef iemand tegen die mij heel specifiek vraagt of ik een bepaalde opening aan de orde zou willen stellen. Mijn wedervraag is dan: “Welke opening zou dat moeten worden dan?” Natuurlijk kan ik niet zomaar op elke vraag ingaan. Maar als er een openingssysteem aan de orde gesteld wordt dat in de grootmeesterpraktijk regelmatig gespeeld wordt, wil ik een dergelijk verzoek wel eens honoreren. Dat is nu het geval bij de Russische opening. Die komt op het bord na de volgende zetten:

1.e4 e5 2.Pf3 Pf6

Alexander Petrov

Met deze zet is het Russisch ontstaan. Internationaal gezien heeft het de naam ‘The Petrov Defence’ meegekregen, genoemd naar de Russische speler Alexander Petrov (1794–1867) die evenals Carl Jaenisch het systeem heeft gepopulariseerd. De opening heeft – wellicht ten onrechte – de naam dat hij saai en inspiratieloos is en dat de zwartspeler uitsluitend op remise uit is. Het klopt wel dat er veel remises vallen, maar gelukkig zijn er genoeg scherpe varianten. Met deze aanpak vermijdt zwart veel gespeelde openingen als het Spaans, het Italiaans of het Schots. Het is voor witspelers niet makkelijk om hier voordeel tegen te halen.

3.Pxe5

Nu zwart de pion niet gedekt heeft, slaat wit hem maar meteen van het bord. Hij stelt meteen een valstrik die vooral in partijen van kinderen op het bord kan komen. Andere mogelijkheden zijn 3.Pc3 Pc6 dat meestal een overgang naar het Italiaans Vierpaardenspel oplevert. Ook is 3.d4 Pxe4 4.dxe5 d5 een variant die ook onder grootmeesters redelijk vaak gespeeld wordt. Zo werd er aan het eind van vorig jaar nog een interessante rapidpartij Harikrishna-Yu mee gespeeld.

3…d6

Het witte paard moet eerst teruggejaagd worden, alvorens zwart de pion op e4 ongestoord kan nemen. Zwart kan op dit moment overigens beter van de pion op e4 afblijven:

3…Pxe4?! 4.De2
en nu is
4… De7
relatief de beste mogelijkheid. Bij kinderen zie je regelmatig 4…Pf6?? 5.Pc6+ met damewinst op het bord komen.
5.Dxe4 d6 6.d4 dxe5 7.dxe5
En wit heeft een pion meer, maar er zijn grootmeesters die hier heil in zien voor zwart. In een partij Sergeev-Afromeev, 2006 kwam zwart zelfs tot winst! Het gekke is dat wit niet zoveel lijkt te hebben aan zijn pluspion. In een partij Ye-Ni, 2004 liet de witspeler echter zien hoe de witte stelling wellicht aangepakt zou kunnen worden.

Lees meer >

Begrijp wat u doet: de Caro Kann

Hieronder treft u de volgende aflevering van de rubriek “Begrijp wat u doet”. In deze serie worden, speciaal voor clubschakers, achtergronden belicht van de ‘grote openingen’ zoals het Spaans, het Siciliaans, het Damegambiet, het Konings-Indisch enzovoort. De artikelen verschenen eerder in Schaakmagazine het blad van de KNSB, de Nederlandse schaakbond.

 

Veel spelers hebben problemen om agressief ingestelde spelers die 1. e4 openen van het lijf te houden in de opening.

Lees meer >

Begrijp wat u doet: De moderne verdediging (deel 2)

Hieronder treft u de volgende aflevering van de rubriek “Begrijp wat u doet”. In deze serie worden, speciaal voor clubschakers, achtergronden belicht van de ‘grote openingen’ zoals het Spaans, het Siciliaans, het Damegambiet, het Konings-Indisch enzovoort. De artikelen verschenen eerder in Schaakmagazine het blad van de KNSB, de Nederlandse schaakbond.

 

We bespreken de tweede (en tevens laatste) aflevering over de Moderne verdediging. In deze rubriek gaan we uit van een opstelling waarin wit met drie pionnen op c4, d4 en e4 het hele centrum in handen neemt. We komen hierdoor meer in de banen van de 1. d2-d4-openingen terecht.

1. e4 g6 2. d4 Lg7 3. c4 d6

Zwart neemt een opstelling in zoals we kennen uit het Konings-Indisch. Maar opnieuw zal hij de ontwikkeling van Pg8 willen uitstellen. De belangrijkste reden hiervoor is dat zwart hoopt dat er snel een pionnenketen ontstaat (met pionnen van wit op d5 en e4 tegen die van zwart op d6 en e5). Hij wil dan direct …f7-f5 kunnen spelen gevolgd door …Pg8-f6. Ten opzichte van het Konings-Indisch zou hij dan twee zetten uitsparen. Heel interessant is als zwart meteen probeert het centrum aan te vallen met 3…Pc6 Het is zwarts bedoeling om straks met …e7-e5 te proberen een paard op d4 te nestelen. Wit moet nu kiezen hoe hij pion d4 gaat dekken. 4. Pf3 Indertijd had men de indruk dat het witte paard hier wel eens verkeerd zou kunnen komen te staan omdat het snel door …Lc8-g4 kan worden gepend. Zwart zou dan zijn plan om een paard op d4 te krijgen vrij eenvoudig kunnen doorzetten. [Lange tijd werd 4. Le3 beschouwd als de belangrijkste voortzetting op de zwarte aanpak. 4…e5 5. d5 Pd4 6. Pe2 c5 maar zwart heeft hier natuurlijk weinig te klagen met zo’n mooi paard op d4 (Yagupov-Kasimdzhanov, 1998).] [Minder principieel is 4. d5 omdat zwart dan na 4…Pd4 een paard op d4 heeft kunnen plaatsen. 5. Pe2 c5 is wel oké voor zwart.] 4…e5 Zwart moet het nu wel zo spelen, maar hier kleven wat nadelen aan. [Als zwart nu besluit om eerst 4…d6 te spelen om te kunnen werken met …Lc8-g4 is hij net te laat.

Lees meer >

Training Timman in MEC

 

Woensdag 20 november komt de ‘overgrootmeester training geven in het MEC.

Er zijn nog enkele plekken beschikbaar!

Kijk op www.maxeuwe.nl voor meer informatie.

Masterclasses Schaakacademie Apeldoorn

29-09-19 IM Manuel Bosboom: Strategie
03-11-19 IM David Miedema: Frans
24-11-19 IM Max Warmerdam: Initiatief
15-12-19 GM John van der Wiel: Old school voorbereiding

Voor informatie en aanmelden, zie www.schaakacademieapeldoorn.nl/masterclasses

Training Jussupow in MEC

Woensdag 10 april geeft de bekende Duitse grootmeester Artur Jussupow (2561) een training in het MEC.

Het onderwerp is ‘algemene principes in het eindspel’. Thema’s die aan bod zullen komen zijn: de rol van de koning, zetdwang, vrijpion, het principe van de twee zwaktes, niet haasten in goede stellingen, wanneer wel of niet ruilen, het voorkomen van tegenspel, etc. Aan de hand van praktijkvoorbeelden zal hij dit onderwerp uitvoerig behandelen.

Lees meer >

Begrijp wat u doet: een verhandeling over het Wolgagambiet

In deze aflevering van deze rubriek heb ik (op verzoek) een compilatie gemaakt van een vijftal artikelen die in 2012 in Schaakmagazine zijn verschenen. Door ze gedeeltelijk bij elkaar te voegen is er nu een overkoepelende verhandeling over het Wolgagambiet verschenen.

 

De oorspronkelijke naam van de opening is het Wolga-gambit, genoemd naar de rivier de Wolga als gevolg van een artikel door B. Argunov dat werd gepubliceerd in het tweede nummer van 1946 van het tijdschrift Schachmaty in de Sovjet-Unie. De term wordt nog steeds veel gebruikt in de Russische literatuur. Omdat in de jaren ’60 de Amerikaan Pal Benkö deze opening met succes begon te spelen en zijn bevindingen ook publiceerde, heeft de opening – vooral bij de Engelssprekende schakers – zijn naam (Het Benkögambiet) meegekregen.

 

 

 

(Links Pal Benkö, rechts een afbeelding van de rivier de Wolga)

 

 

Het Wolgagambiet is een prachtig systeem voor spelers die van actief spel houden. Als je tactisch handig bent, is het misschien een aanrader om tegen 1. d2-d4-openingen te spelen. Door de druk die zwart uitoefent op de damevleugel, komt er de nodige tactiek om de hoek kijken. Tegelijkertijd ontwikkel je ‘spelenderwijs’ je strategisch inzicht; het gaat er tenslotte wel om dat je je stukken naar de goede velden weet te manoeuvreren.

Na de openingszetten 1. d4 Pf6 2. c4 c5 3. d5 brengt zwart met 3…b5!? een pionoffer op lange termijn.4. cxb5 a6 5. bxa6 g6 6. Pc3 Lxa6

Dit is de uitgangsstelling van de hoofdvariant waarin wit het pionoffer aanneemt. De compensatie voor het pionoffer kunnen we grotendeels als volgt formuleren:

• Zwart beschikt over een ontwikkelingsvoorsprong;
• De kwetsbare pionnen op a2 en b2;
• Wits problemen om zijn ontwikkeling te voltooien door de druk die zwart uitoefent op zijn damevleugel;
• De moeilijkheid voor wit om spel te creëren (bijvoorbeeld door het centrum met e4-e5) vanwege de actieve stand van de zwarte stukken.

Al met al een interessant systeem dat door diverse topspelers met zwart is gespeeld. Net zoals we met de Benoni hebben gedaan gaan we ons oriënteren op de belangrijkste basisideeën die deze openingsvariant met zich meebrengt. We maken opnieuw een splitsing tussen Strategische en Tactische ideeën.

Strategische ideeën

Het is zinvol om de belangrijkste strategische ideeën voor beide spelers te ordenen.

Zwarts plan om te ontwikkelen

In het volgende schematische diagram zien we duidelijk in kaart gebracht wat zwart meestal voor ogen heeft over hoe hij zijn stukken wil ontwikkelen. Met torens op de a- en de b-lijn oefent hij (zware) druk uit. De loper op g7 ondersteunt van afstand al deze operaties, terwijl ook de zwarte dame de helpende hand uitsteekt. De positie van de dame hangt overigens af van welke opstelling wit gaat innemen.

Lees meer >

Juweeltjes 8: Kramnik – Carlsen

In deze rubriek nodigen we de bezoeker van Schaaksite graag uit om te genieten van de meest schitterende prestaties op het schaakbord, door alle eeuwen heen. De reden waarom voetballiefhebbers in vervoering raken als zij acties zien van Messi of Ronaldo moet bij ons schakers dezelfde zijn als wij de partijen naspelen die we hier willen tonen. En aarzelt u vooral niet om uw keus ook kenbaar te maken!

 

 

Vorige week maakte de Rus Vladimir Kramnik zijn afscheid bekend uit het professionele schaak. Het bracht misschien niet zo’n schok te weeg als het moment waarop Garry Kasparov aankondigde dat hij met pensioen ging, maar desalniettemin kwamen er toch veel reacties los. Kramnik is decennia een grootheid gebleken die zich heel lang op het allerhoogste niveau heeft weten te handhaven.

Vladimir Kramnik (foto Frans Peeters)

Bij het laatste Kandidatentoernooi, waarin hij heel goed begon en toen een gewonnen stelling bereikte tegen de latere uitdager, Fabiano Caruana, konden we echter al haarscheurtjes zien in de prestatie van de zo fenomenale speler die hij altijd was. De gewonnen stelling tegen de Amerikaan ging verloren en daarna begon hij min of meer ‘wild om zich heen te slaan’. Hij speelde alles of niets, probeerde stellingen te winnen, die onmogelijk te winnen waren en mede door dit roekeloze gedrag eindigde hij in de achterhoede. En dat, terwijl het begin er zo veelbelovend uitzag. Misschien heeft hij naar aanleiding hiervan besloten dat het genoeg was en het was voor Nederland leuk dat hij Tata Steel heeft uitgekozen als zijn laatste officiële toernooi. Wel liet Kramnik weten dat hij, in navolging van Kasparov, nog wel te porren zal zijn voor rapid- en snelschaaktoernooien. Zelf heb ik nooit persoonlijk kennis met hem gemaakt, maar ik herinner me de eerste keer dat ik hem ‘live’ zag spelen. Dat was in 1992 in Manilla op de Filippijnen waar hij – mede op gezag van Kasparov – was toegevoegd aan het team van Rusland. Dat bestond verder uit Khalifman, Dolmatov, Dreev en Vizmanavin. Kasparov deed het fantastisch op het eerste bord met 8½ uit 10. Maar de score van debutant Kramnik (8½ uit 9) aan het laatste bord was zo mogelijk nog mooier. Een van zijn slachtoffers was Loek van Wely, die – als ik het goed heb – ook voor het eerst aan een Olympiade mee mocht doen.

Lees meer >